Blik op ethiek

luisteren
0 comments

Tegenmoed, organisaties en het andere verhaal

Deel twee over tegenmoed: voortgekomen uit een foto uit de krant met de waarschuwing voor ‘tegenmoed komende fietsers’. Waar ik in mijn vorige stuk inging op tegenmoed in ons eigen leven, onderzoek ik in dit stuk het toelaten en organiseren van tegenmoed in organisatieverband. Vrijmoedig spreken (het Griekse begrip parrhesia) binnen een organisatie vraagt misschien nog wel meer van de toehoorder dan van de spreker…

Spreken én luisteren
Het tonen van moed gaat eigenlijk altijd over degene die spreekt: er staat wat op het spel voor degene die zijn of haar mond opentrekt. Wat gezegd wordt, wordt vaak niet in dank afgenomen of er kunnen zelfs consequenties aan verbonden worden. Dan tóch wat zeggen noemen we dan ook vaak moedig. Toch vergeten we hierbij dat er naast een spreker ook een toehoorder is: en echt luisteren naar het verhaal vraagt net zo goed moed.

Het andere verhaal toelaten
Meestal zijn we op zoek naar verhalen en theorieën die we al kennen. Dit sterkt ons eigen verhaal, ons eigen denken en geeft ons zekerheid: we zien het goed, we zijn op de goede weg. Het vraagt moed om een ánder verhaal toe te laten, om een ander verhaal aan te horen en te willen begrijpen. Vrijmoedig spreken vraagt dus moed van de spreker, maar zeker ook van de toehoorder: de moed om je bestaande verhaal los te laten. Of dat nu gaat om een strategie, koers, manier van werken of manier van denken.

Desorganisatie
Dit loslaten van het bestaande verhaal is lastig en gaat gepaard met onzekerheid. Immers: dat wat je altijd hebt gedacht, de manier waarop je altijd hebt gewerkt, stelt iemand ter discussie. En als jij echt luistert en openstaat voor dit verhaal, stel jij het dus zelf ook ter discussie. Je zet je eigen verhaal even op zij. Mensen vrijmoedig laten spreken in je organisatie houdt daarmee in dat je desorganisatie toelaat. Het andere verhaal ontwricht: het zet conventies, gewoonten, ziens- en werkwijzen in een ander licht. Het brengt daarmee onzekerheid met zich mee. En daar houden we met z’n allen niet zo van. Als je het belangrijk vindt om een ander verhaal toe te laten in je organisatie, vraagt dit dus net zo zeer wat van jou als toehoorder als van de spreker. Het kan je wel veel brengen: nieuwe inzichten, een slimmere manier van werken, een mooiere organisatie, zinniger werk, prettigere werkverhoudingen, …

Toelaten van een ander verhaal
Heel klein kun je hier mee beginnen door nu juist degene die altijd als eerste kritisch is te vragen om mee te denken. Of vraag iemand van een totaal andere afdeling mee te denken met jouw uitdaging. Of drink eens een kop koffie met een medewerker zonder bij voorbaat het onderwerp vast te stellen. Zo kan er een gesprek ontstaan en komen er wellicht dingen boven tafel die anders niet boven zouden komen.  Je kunt het bovenstaande ook nog breder trekken: vraag eens iemand uit een totaal andere branche om eens een dagje mee te lopen. Zo haal je letterlijk andere geluiden binnen in je organisatie en kun je kennis, ideeën, tegengeluiden ophalen die zinvol en betekenisvol kunnen zijn.

Structureel ruimte maken voor moed
In breder verband kun je ook structureel ruimte maken voor het andere verhaal: je kunt samen met je medewerkers bouwen aan een klimaat waarin aandacht is voor de morele component van zakendoen (naast de vaak gebruikte juridische component). Het ontwikkelen en oefenen van een socratische houding is hierbij ontzettend belangrijk: het samen zoeken naar het weten, vanuit het niet-weten. Dit betekent dat je je eigen verhaal opzij moet kunnen zetten en je in eerste instantie gericht bent op het bevragen en willen begrijpen van iemand anders zijn verhaal. Het streven naar een dialoog in plaats van een discussie is hierbij ontzettend belangrijk.

En toch… is tegenmoed ook níet te organiseren. En gelukkig ook maar: tegenmoedig zijn kun je niet reduceren tot een spui uurtje op vrijdagmiddag of stoppen in een procedure. Dat gaat in tegen het onbedoelde, onverwachte en bovenal vrije karakter van tegenmoedig zijn.

———————————————————————————————————————————————————————————————–

Bronnen en verder lezen:

Harris, H. (2003). ‘Enhancing the independence of supervisory agencies: the development of courage’. Business Ethics: A European Review 12(4): 369-377

Vandekerckhove, W & Langenberg, S. Can we organize courage? Electronic journal of business ethics and organization studies (EJBO), februari 2012

Comments are closed.